[{"@context":"https:\/\/schema.org\/","@type":"BlogPosting","@id":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/de-subsidiaire-aanslag-in-hoofde-van-de-vereffenaar-na-de-ontbinding-en-de-vereffening-van-een-vennootschap\/#BlogPosting","mainEntityOfPage":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/de-subsidiaire-aanslag-in-hoofde-van-de-vereffenaar-na-de-ontbinding-en-de-vereffening-van-een-vennootschap\/","headline":"De subsidiaire aanslag in hoofde van de vereffenaar na de ontbinding en de vereffening van een vennootschap","name":"De subsidiaire aanslag in hoofde van de vereffenaar na de ontbinding en de vereffening van een vennootschap","description":"In het vereffeningsproces van een vennootschap is het de taak van de vereffenaar om de vennootschap in kwestie in gereedheid te brengen voor de nakende afsluiting. Na afloop van de vereffening houdt de vennootschap op te bestaan, en kan in haar hoofde niet langer een geldige aanslag worden gevestigd. Een aanslag dient vanaf dat moment [&hellip;]","datePublished":"2021-11-03","dateModified":"2025-07-16","author":{"@type":"Person","@id":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/author\/uc-master\/#Person","name":"Dimitri","url":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/author\/uc-master\/","identifier":1,"image":{"@type":"ImageObject","@id":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/22e72f9686312fb0efb9e7f090d8f751bf6ef83794dc1cf6fe33d2dc65a2df73?s=96&d=mm&r=g","url":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/22e72f9686312fb0efb9e7f090d8f751bf6ef83794dc1cf6fe33d2dc65a2df73?s=96&d=mm&r=g","height":96,"width":96}},"publisher":{"@type":"Organization","name":"Fiscaal advocaat","logo":{"@type":"ImageObject","@id":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/wp-content\/uploads\/2026\/02\/logo2.png","url":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/wp-content\/uploads\/2026\/02\/logo2.png","width":217,"height":77}},"image":{"@type":"ImageObject","@id":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/wp-content\/uploads\/2021\/11\/subsidiaire-aanslag.jpg","url":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/wp-content\/uploads\/2021\/11\/subsidiaire-aanslag.jpg","height":500,"width":1280},"url":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/de-subsidiaire-aanslag-in-hoofde-van-de-vereffenaar-na-de-ontbinding-en-de-vereffening-van-een-vennootschap\/","about":["2021"],"wordCount":859,"keywords":["subsidiaire aanslag","vereffenaar"],"articleBody":"In het vereffeningsproces van een vennootschap is het de taak van de vereffenaar om de vennootschap in kwestie in gereedheid te brengen voor de nakende afsluiting. Na afloop van de vereffening houdt de vennootschap op te bestaan, en kan in haar hoofde niet langer een geldige aanslag worden gevestigd. Een aanslag dient vanaf dat moment steeds in hoofde van de vereffenaar ingekohierd te worden.V\u00f3\u00f3rdat artikel 357 WIB in 2019 gewijzigd werd, beschikte de fiscus niet over de mogelijkheid om een aanslag die foutief op naam van de vennootschap ingekohierd werd, subsidiair te hernemen in hoofde van de vereffenaar. Sinds voornoemde \u00a0wetswijziging kan door de fiscus in voorkomend geval w\u00e9l een zogenaamde subsidiaire aanslag worden gevestigd in hoofde van de vereffenaar.&nbsp;De aansprakelijkheid van de vereffenaar na de sluiting vereffening Wanneer een vennootschap ontbonden wordt, wordt ze geacht voort te bestaan tot aan de sluiting van de vereffening. Tijdens de ontbinding kan de fiscus zonder problemen een aanslag vestigen op naam van de vennootschap zoals voorheen.De vereffenaar neemt de taken over van de vereffende vennootschap en is gedurende vijf jaar na de sluiting van de vereffening aansprakelijk jegens de vennootschap voor wat betreft de uitvoering van zijn taak (de realisatie van het actief, de samenstelling van het passief en de aanzuivering van het passief met de opbrengst van de realisatie van het actief).Als de fiscus na het afsluiten van de vereffening nog aanspraken heeft op de vennootschap (bijvoorbeeld een fiscale schuld) dan kan zij aldus gedurende 5 jaar na de bekendmaking van de afsluiting van de vereffening de vereffenaar daarvoor nog aanspreken.Gedurende die periode beschikt de ontbonden vennootschap immers nog over een zogenaamde passieve rechtspersoonlijkheid.[1] Na\u00a0de sluiting van de\u00a0vereffening\u00a0behoudt de vennootschap voornoemde passieve rechtspersoonlijkheid\u00a0 enkel en alleen om in de persoon van haar\u00a0vereffenaars\u00a0gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de bekendmaking van de sluiting van de\u00a0vereffening, in rechte te kunnen worden aangesproken.Gedurende voornoemde vijfjarige periode kan de fiscus aldus geen geldige aanslag meer vestigen in hoofde van de vennootschap. Doet zij dit toch, dan zal de aanslag zoals gezegd, nietig zijn.[2] \u00a0Het feit dat de rechtspersoonlijkheid van de vereffende vennootschap \u2018passief\u2019 is, verhindert niet dat de vereffenaar de aanslag nog kan betwisten (via een bezwaarschrift of voor de rechtbank).[3]&nbsp;Subsidiaire aanslag in hoofde van de vereffenaar Indien de Rechtbank een aanslag vernietigt (indien de rechter de aanslag geheel of gedeeltelijk nietig heeft verklaard wegens andere redenen dan de verjaring), kan de administratie binnen een termijn van zes maanden, een zogenaamde subsidiaire aanslag aan het oordeel van de rechter voorleggen.[4]Zo\u2019n subsidiaire aanslag wordt in de regel steeds gevestigd op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initi\u00eble aanslag en kon in voornoemde situatie \u2013 waarbij de aanslag verkeerdelijk gevestigd werd op naam van de vennootschap \u2013 geen soelaas bieden. De subsidiaire aanslag zou immers gevestigd moeten worden \u201cten name van dezelfde belastingschuldige\u201d en zou aldus weer nietig zijn.In het licht van het voorgaande wijst het laatste lid van artikel 357 WIB, sinds de inwerkingtreding van artikel 19 van de wet van 2 mei 2019[5], ook de vereffenaar als een met de belastingplichtige gelijkgestelde aan. Sindsdien kan de fiscus, nadat een\u00a0aanslag\u00a0op naam van de vennootschap vernietigd werd, nog een zogenaamde\u00a0subsidiaire aanslag\u00a0vestigen op naam van de\u00a0vereffenaars\u00a0of de personen die ten aanzien van derden als\u00a0vereffenaars\u00a0van rechtswege beschouwd worden.[6] Een persoonlijke vordering tegenover de vereffenaar doet de subsidiaire aanslag evenwel ni\u00e9t ontstaan.Met andere woorden, ingevolge voornoemde wetswijziging kan de fiscale administratie voortaan een geldige subsidiaire aanslag op naam van de vereffenaar voorleggen aan de rechter die de initi\u00eble belastingaanslag heeft vernietigd omdat hij ten onrechte ten kohiere werd gebracht op naam van de vereffende vennootschap.[7] Als geen vereffenaars worden aangeduid, worden de bestuurders als vereffenaars van rechtswege beschouwd. In dat geval zal de nieuwe of subsidiaire aanslag op hun naam worden gevestigd.[8]&nbsp;Terugwerkende kracht De gewijzigde wetgeving is niet enkel van toepassing in het geval waarin de rechter na 25 mei 2019 een belastingaanslag nietig verklaart omdat hij ten kohiere was gebracht op naam van een vereffende vennootschap, maar ook in hangende gedingen waarin de fiscale rechter de initi\u00eble belastingaanslag reeds v\u00f3\u00f3r 25 mei 2019 had vernietigd maar waarin de in artikel 356 WIB\u201992 bedoelde termijn van 6 maanden voor het vestigen van een subsidiaire aanslag nog liep.[9] In zoverre de bestreden bepaling van toepassing is in procedures waarin de rechter na 25 mei 2019 de initi\u00eble belastingaanslag vernietigt omdat deze ten kohiere was gebracht op naam van de vereffende vennootschap, heeft de bepaling geen terugwerkende kracht.&nbsp;ConclusieVoornoemde wetswijziging biedt de fiscus een bijkomend vangnet wanneer een aanslag ten onrechte op naam van de vennootschap werd gevestigd na het afsluiten van de vereffening. \u00a0Als een aanslag op naam van de vennootschap vernietigd wordt, heeft de fiscus voortaan steeds de mogelijkheid om in hoofde van de vereffenaar tot een subsidiaire aanslag over te gaan.Alexander Delafonteyne \u2013 vennoot Everest Law en Floor D\u2019Hondt&nbsp;[1] art.\u00a02:143 WVV[2] Antwerpen, 27.06.2017 en 15.01.2019; Gent 30.06.2020.[3] Cass.,\u00a008.11.1960, Gent, 10.01.2012, Antwerpen, 05.01.2016.[4] Art. 356 WIB92.[5] 25 mei 2019.[6] art. 357, \u00a75 WIB92.[7] Grondwettelijk Hof nr. 123\/2020, 24.09.2020.[8] Art. 2: 79 WVV.[9] Grondwettelijk Hof nr. 123\/2020, 24.09.2020."},{"@context":"https:\/\/schema.org\/","@type":"BreadcrumbList","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"De subsidiaire aanslag in hoofde van de vereffenaar na de ontbinding en de vereffening van een vennootschap","item":"https:\/\/fiscaal-advocaat.be\/de-subsidiaire-aanslag-in-hoofde-van-de-vereffenaar-na-de-ontbinding-en-de-vereffening-van-een-vennootschap\/#breadcrumbitem"}]}]